Boek: Stop met moeders de schuld geven en vaders negeren.

17-11-2025

Sander van Arum (expert bij Civil Care) schreef de lovende inleiding bij de Nederlandse vertaling van dit belangrijke boek van David Mandel.

Stichting Civil Care is sinds 2020 inhoudelijk partner van Logacom bij de organisatie van het jaarcongres huiselijk geweld. Dit jaar staat bij dit congres een gendersensitieve benadering van huiselijk geweld centraal met als hoofdspreker David Mandel en zijn boek  Stop met moeders de schuld geven en vaders negeren met als ondertitel hoe we kinderen beter kunnen beschermen tegen huiselijk geweld. .

Sander van Arum (expert bij Civil Care) schreef de lovende inleiding bij de Nederlandse vertaling van dit belangrijke boek.

Lees deze inleiding hier.

Ik vind het een eer deze inleiding te mogen schrijven. Niet alleen omdat dit boek inhoudelijk sterk is, maar ook omdat we het zo hard nodig hebben. David Mandel kijkt kritisch naar de manier waarop wij ook in Nederland omgaan met huiselijk geweld en kindermishandeling, en doet dat op een manier die raakt: scherp, maar met compassie voor moeders, vaders, kinderen en professionals. Hij legt de vinger op de zere plek, maar biedt ook handvatten om agressie en geweld in gezinnen constructief en effectief aan te pakken.

Professionals die deze problematiek in hun werk tegenkomen denken vaak dat ze genderneutraal zijn, maar in werkelijkheid bevestigen ze bestaande machtsverhoudingen. Mandel legt met behulp van zes mythen goed uit dat we daarmee bij de aanpak van huiselijk geweld onbewust bijdragen aan een cultuur waarin we moeders impliciet de schuld geven van het huiselijk geweld en het gedrag van vaders stelselmatig negeren. Hij belicht vooroordelen en stereotype denkbeelden die voor ons allemaal moeilijk te herkennen zijn omdat we ermee zijn opgegroeid. Net zoals een vis niet beseft dat hij in water zwemt, zijn wij ons vaak niet bewust van de sociale structuren die ons denken beïnvloeden.

Juist daarom is het zo belangrijk om naar huiselijk geweld en kindermishandeling te kijken door een ‘social justice’-bril. Die dwingt ons om stil te staan bij ongelijke en onrechtvaardige verhoudingen tussen ouders en hoe wij die als professionals en organisaties soms onbedoeld bestendigen. Familierechtadvocaten proberen al vele jaren te laten zien dat in het familierecht niet het gedrag van de pleger van het geweld centraal staat en hoe kinderen daartegen beschermd kunnen worden, maar dat bijna als vanzelfsprekend de conflictueuze relatie van de ouders als uitgangspunt wordt genomen. Moeders worden daarbij bijna altijd verantwoordelijk gehouden voor de bescherming van de kinderen. De hulpverlening richt zich voornamelijk op hen, terwijl vaders vaak niet worden aangesproken op hun schadelijke gedrag terwijl hen wel alle ruimte voor contact met de kinderen wordt geboden, met alle gevolgen van dien.

Mandel laat zich in zijn benadering van huiselijk geweld leiden door twee principes:

• Maak het patroon van het onveilige gedrag van de geweld plegende ouder zichtbaar en

• documenteer dit nauwkeurig en doe hetzelfde met het beschermende gedrag van de andere ouder.

Om contact te maken met (meestal) de man als pleger van het geweld en te focussen op zijn gedrag als ouder, zijn vaardigheden nodig waar de gemiddelde hulpverlener nog niet voor is opgeleid. Deze handelingsverlegenheid versterkt de neiging bij de hulpverlening om zich te richten op de ouder die in hun ogen toegankelijker is. Ik hoop echt dat dit boek organisaties stimuleert om hun professionals in staat te stellen zich hierin te bekwamen door opleiding en structurele intervisie.

Als mede-grondlegger van de visie Gefaseerd Samenwerken voor Veiligheid met behulp van het TOP-3 model omarm ik de ‘social justice’-bril van dit boek als een wezenlijke en onmisbare aanvulling. Beide benaderingen brengen het patroon van geweld in kaart en houden dit vervolgens als focus bij de hulp aan alle gezinsleden. Beide benaderingen zorgen ervoor dat de hulpverlening niet alleen gericht is op het symptomatische onveilige gedrag, maar ook op de onderliggende problemen en dynamieken van geweld. De ongelijkheid van moeders en vaders an sich wordt in het Gefaseerd Samenwerken voor Veiligheid niet geproblematiseerd en daarmee is ook geen zicht op hoe wij met onze houding en regelgeving die ongelijkheid bestendigen.

Dat is wel echt nodig. Als we echt willen zien wat veel moeders doen om hun kinderen te beschermen, moeten we stoppen met dat als vanzelfsprekend te beschouwen. Pas dan kunnen we het expliciet erkennen en waarderen. Die andere kijk brengt daarnaast de verantwoordelijkheid van vaders voor het geweld beter in beeld en helpt ons contact met hem te maken, naar hem te luisteren en hem aan te spreken op de schade die hij toebrengt aan zijn eigen ouderschap en aan dat van zijn partner of ex-partner. Zo krijgen vaders meer kans zich op dat vlak te verbeteren en te ontwikkelen en voelen ze zich meer gezien.

Onderzoekers zoals Katinka Lünnemann van het Verwey-Jonker Instituut benadrukken al langer de noodzaak van een meer holistische en geïntegreerde benadering die zowel de veiligheid van kinderen als de dynamiek van huiselijk geweld in ogenschouw neemt en die gendersensitief is. Precies dat maakt dit boek mogelijk. Het helpt ons om de samenhang van huiselijk geweld en kindermishandeling te zien, zodat een meer integrale aanpak mogelijk wordt.

Mandel wijst er in enkele casestudies ook terecht op dat aannames op basis van etniciteit en sociaaleconomische status bij instanties voor hulpverlening en de politie ertoe kunnen bijdragen dat slachtoffers (en plegers) van huiselijk geweld en kindermishandeling zich niet veilig voelen om hulp te zoeken.

In zijn dankwoord aan het einde van het boek noemt Mandel nadrukkelijk ervaringsdeskundigen en professionals (sommigen zijn beide) uit de Verenigde Staten, Schotland en Australië die wezenlijk hebben bijgedragen aan het schrijven ervan. Hartverwarmend is ook dat hij stilstaat bij zijn eigen seksisme en zijn voortgaande strijd daartegen in zichzelf en anderen. Dat maakt hem niet alleen een gedreven professional met 35 jaar ervaring in het stoppen van huiselijk geweld, het maakt hem tot een rolmodel, een man die zijn positie en visie durft te bevragen en anderen uitnodigt hetzelfde te doen.

Het boek overtuigt als een oproep tot actie naar professionals, en naar slachtoffers en plegers van geweld. Het maakt duidelijk dat we een gemeenschappelijke taal nodig hebben die gegrond is in sociale rechtvaardigheid en oog heeft voor hoe wij ongewild ongelijkheid in stand houden. David Mandel geeft ons die taal. We hoeven er nu alleen maar gebruik van te maken.

Sander van Arum, Stichting Civil Care

Afbeeldingen

Cookie-instellingen