Pijlers en uitgangspunten

Gefaseerd Samenwerken voor Veiligheid (GSV) & TOP-3 zijn gebaseerd op de volgende pijlers.

Focus op (on)veilig gedrag: gedurende het hele proces van samenwerking blijven we gericht op het stoppen van onveilig gedrag tussen mensen in een (afhankelijkheids)relatie, om toe te werken naar duurzaam veilig gedrag.

Focus op samenwerking: samenwerking met en tussen mensen, waarbij er sprake is van onveilig gedrag in een (afhankelijkheids)relatie, en het sociaal  en professioneel netwerk is een voorwaarde.

Uit deze pijlers volgen de uitgangspunten van Civil Care:

  • Methodisch ingericht proces: een belangrijke voorwaarde om de pijlers te bereiken is het beschikbaar zijn van een methodisch ingericht proces van samenwerken, met een bijbehorend instrument om de processtappen uit te kunnen voeren en vast te kunnen leggen. Deze processtappen bestaan uit:
    • Samen informatie verzamelen
    • Samen wegen en prioriteren
    • Samen beslissen en een plan maken
    • Samen aan de slag
  • Coördinatie: er vindt procescoördinatie plaats op dit proces door iemand die zich onafhankelijk opstelt en die door iedereen wordt geaccepteerd.
  • Taal: dit proces vraagt het spreken van dezelfde taal, die begrijpelijk is voor iedereen.
  • Eigen deskundigheid en ervaring: alle betrokken volwassenen en/of kinderen, sociale en professionele netwerk hebben eigen deskundigheid en ervaring. We hebben alle deskundigheden en ervaringen nodig, op basis van gelijkwaardigheid, om tot duurzame veiligheid te komen.
  • Iedereen is van de veiligheid: het praten over onveilig gedrag, het signaleren hiervan, en waar mogelijk ondersteuning bieden om dit te stoppen zou normaal moeten zijn. 
  • We maken het concreet: we gaan met elkaar in gesprek over het concrete onveilige gedrag. Dus geen containerbegrippen en algemeenheden, maar spreken waar het echt over gaat. Hoe concreter we het onveilige gedrag tussen mensen in (afhankelijkheids)relaties bespreken en beschrijven, hoe beter we begrijpen wat er aan de hand is, hoe beter we kunnen wegen & prioriteren en tot werkende veiligheidsafspraken kunnen komen.
  • We maken onderscheid tussen acuut onveilig gedrag en structureel onveilig gedrag in een (afhankelijkheids)relatie.
    • Acuut onveilig gedrag (of een vermoeden van) verwijst naar een situatie waarin direct gevaar dreigt voor de fysieke of emotionele veiligheid van één of meer personen. Dit betreft situaties die onmiddellijk ingrijpen vereisen om ernstige schade of escalatie van geweld te voorkomen.
    • Structureel onveilig gedrag verwijst naar een situatie waarin één of meerdere personen op een voortdurende en chronische manier aan onveilig relationeel gedrag wordt blootgesteld. Dit houdt in dat onveilig gedrag in (afhankelijkheids)relaties langdurig aanwezig is en daardoor voortdurend schade toebrengt.
  • Indien er sprake is van structureel onveilig gedrag in een (afhankelijkheids)relatie, dan wordt er onderscheid gemaakt tussen drie fasen die stapsgewijs worden doorlopen en waar verschillende vormen van hulp en bescherming nodig zijn.

Fase directe veiligheid (rood) 

Indien er sprake is van structureel onveilig gedrag in (afhankelijkheids)relaties dan moet de actuele schade zo snel mogelijk gestopt worden d.m.v. een werkend TOP-3 veiligheidsplan. Naast het bieden van directe veiligheid aan alle betrokken volwassenen en/of kinderen helpt een werkend TOP-3 veiligheidsplan ook bij het verminderen van toxische stress. 

Als mensen structurele onveiligheid ervaren dan roept dat toxische stress op. Vanuit deze stress krijgen mensen zichzelf en hun omgeving onvoldoende gereguleerd en zijn ze onvoldoende in staat om te komen tot het ontwikkelen van alternatieve coping strategieën. Eigen regie kunnen nemen vraagt om een rustig brein. Werkzaam gebleken veiligheidsafspraken dragen bij tot het krijgen van een rustiger brein. 

Een werkend gebleken TOP-3 veiligheidsplan is een belangrijke voorwaarde om samen goed te kunnen wegen en om beslissingen te kunnen nemen over het vervolgtraject. Pas als de actuele en toxische stress gestopt is, worden de onderliggende risicofactoren, die het telkens onveilig maken en/of houden, meer zichtbaar. 

Fase stabiele veiligheid (blauw)

Pas als het onveilige gedrag tussen mensen in een (afhankelijkheids)relatie is gestopt, richten we ons op het beïnvloeden van de onderliggende risicofactoren, zodat ze niet meer tot onveilig gedrag leiden. Met de onderliggende risicofactoren bedoelen we die factoren die zorgen voor het ontstaan en/of voortbestaan van het onveilige gedrag. Hierbij zien we het ontbreken van veilig gedrag ook als onveilig gedrag (verwaarlozing). Voorbeelden van mogelijke risicofactoren zijn psychiatrische problematiek, verslavingsproblematiek en/of verstandelijke beperking bij één of meer leden van het huishouden. 

Met een TOP-3 ondersteuningsplan werken we toe naar stabiele veiligheid.

Fase persoonlijke groei (groen)

Op het moment dat de onderliggende risicofactoren dusdanig positief zijn beïnvloed, zodat ze niet meer leiden tot onveilig gedrag, komt er aandacht voor herstel en persoonlijke groei. Herstel en persoonlijke groei gaan uit van het principe dat ieder individu het recht heeft op ontwikkeling, meedoen en (naar vermogen) regievoeren over het eigen leven. Daar waar structurele ondersteuning nodig is in het voeren van eigen regie, wordt dat georganiseerd, om zo de veiligheid duurzaam te borgen.

Met een TOP-3 persoonlijk plan werken we toe naar persoonlijke groei.

TOP-3 proces en TOP-3 plannen

Bij het uitvoeren van het methodische proces GSV & TOP-3 helpen de TOP-3 plannen om de processtappen uit te voeren en vast te leggen

Afbeeldingen

Cookie-instellingen